Tekst: Jacquo Silvertant SOK-Medelingen 43, 2006

Inleiding
Tegen het einde van de negentiende eeuw was het voor veel mensen duidelijk, dat het toenemende vreemdelingenverkeer een groeiende bron van inkomsten betekende voor Valkenburg en omgeving. Tussen 1885 en 1891 hadden de leden van Vereeniging ‘Het Geuldal’ altijd vooraan gestaan wanneer er profijt te halen viel uit de jaarlijkse stroom toeristen. Hoewel er in Valkenburg andere partijen actief waren die ook hun graantje mee wilden pikken, lukten het hen vóór 1891 niet om de monopoliepositie van Het Geuldal te doorbreken. Pas in 1891, toen de machtsverhoudingen in de Valkenburgse gemeenteraad verschoven, lukte dit wel. Het conflict zou de geschiedenis ingaan als de beruchte Bergkwestie. Door dit conflict werd de Valkenburgergroeve de eerste toeristische, volgens plan geëxploiteerde mergelgroeve.
Momenteel denkt de gemeente Valkenburg weer aan een privatisering van de groeve en weer vechten allerlei partijen om het bot. Met hetzelfde belang voor ogen, de economische exploitatie ervan. Toch ziet men ook meer dan honderd jaar geleden ook pogingen om de particuliere toegang tot de groeve te regelen. Vergelijkbaar met de huidige RRB regeling (Regeling Recreatief Berglopen) in de Zonneberg bijvoorbeeld.
Voorgeschiedenis
De conflicten die rond de eeuwwisseling in Valkenburg speelden, hadden hun oorsprong in de situatie die was ontstaan als gevolg van de algemene maatschappelijke veranderingen die vanaf omstreeks 1850 werden ingezet. De Industriële Revolutie vormde de aanzet tot vooruitgang, modernisering en nieuwe sociaal-maatschappelijke verhoudingen. In ZuidLimburg heersten tot ver in de negentiende eeuw nog feodale toestanden. De samenleving was, met uitzondering van de grote steden, bijna geheel agrarisch van karakter en georganiseerd in traditionele verbanden.
De politieke sfeer was overwegend klerikaal conservatief van aard. Vanuit deze traditionele situatie kwam verzet tegen het vreemde dat de vooruitgang met zich meebracht. Een van die vreemde zaken was het bestaan van mensen binnen de samenleving, die niet geheel deel uitmaakten van het traditioneel organisch verband ervan. In Valkenburg woonden meerdere van deze mensen, die plaatselijk te boek stonden als nieuwlichters of vrijdenkers. Deze vrijdenkers kwamen voort uit een nieuwe sociale klasse, een middenklasse van plaatselijke ondernemers die zich op dat
moment overal in Nederland aan het ontwikkelen was. In Valkenburg was dit de kring rondom Louis Elias en Rogier Loisel. Hun positie als zelfstandige ondernemers creëerde de behoefte tot onderscheiding, zowel persoonlijk als maatschappelijk. Deze onderscheidingsdrang uitte zich in scholing, intellectueel bewustzijn en belangstelling voor nieuwe modes. Een van die modes was het verschijnsel dat later toerisme zou gaan heten.
Door op deze mode in te springen, creëerden de vrijdenkers tijdens de zomermaanden voor zichzelf een ideale situatie. Zij genoten van de aanwezigheid van en het contact met de reizigers die in de beginjaren uitsluitend stamden uit de gegoede burgerij en adel. Dit contact had zijn hoogtepunt in de zogenaamde tables d’hôte. Hierbij zat de hotelier als een soort van pater familias aan het hoofd van de tafel, omringd door zijn gasten. Zo werd samen gegeten, gedronken, gepraat en gediscussieerd.
Gedurende de zomermaanden heerste in deze kringen de euforie van de nieuwe tijd. Juist door de wensen van de zomergasten was in Valkenburg vrijwel al het nieuwe op het gebied van persoonlijke luxe te vinden of kon binnen een dag vanuit Maastricht worden aangevoerd. Nieuwe luxe en idyllische romantiek gingen in Valkenburg hand in hand.

De Valkenburgergroeve in het conflict
Er bestonden in Valkenburg blijkbaar al langer partijen die tegenover elkaar stonden. Er vond dan ook meteen tegenkanting plaats tegen de nieuwe ontwikkelingen in het stadje. Onder andere vanuit de traditionele hoek kwam protest, gesteund door een groep bergwerkers onder leiding van Gerard Erens. De plaats bij uitstek waar oud en nieuwe in elkaars vaarwater konden komen was de Valkenburgergroeve. Sinds eeuwen werd hier mergelbouwsteen gewonnen. De groeve werd als gemeenschappelijk bezit beschouwd waar een ieder die dat wilde steen kon breken. Het gangenstelsel vormde echter een steeds grotere attractie voor de zomergasten. Terwijl de rondleidingen in de groeve toenamen werd de ontginning van bouwsteen in de Valkenburgergroeve van hogerhand gestaakt. De toenmalige gemeenteraad bestond voornamelijk uit lieden die heil zagen in de toeristische aspecten van de groeven en die hier de voorkeur aan wilden geven boven het traditionele blokbreken. Mensen zoals Louis Elias, Theodor Dorren en Rogier Loisel. De groeve zou zijn uitgeput, zo betoogde men, en de gevaren van verdere ontginning werden te groot geacht. Het protest na de sluiting van de groeve voor bouwsteenwinning kwam van de groep van Erens, die nu steun kreeg van de gemeente Berg & Terblijt. Hoewel de ingang naar de groeve op het grondgebied van Berg & Terblijt lag, was het motief nu echter afgunst en jaloezie tegenover het (economisch) succes van het vreemdelingenverkeer in Valkenburg in het algemeen en dat van Het Geuldal in het bijzonder. In 1882 doet Berg & Terblijt officieel afstand van de gebruiksrechten aangaande de Valkenburgergroeve. Bij notariële akte zag men af, “van alle verdere pretentiën ten opzigte der bedoelde Valkenburgergroef ” en men beloofde deze, “nimmer te belemmeren in de vrije exploitatie der aan haar verleende of te verleenen concessie tot ontginning der meergemelde Valkenburgergroef ”.
In deze sfeer kwam in 1885 de Vereeniging Het Geuldal tot stand, later de eerste VVV van Nederland. Na de oprichting van dit officiële orgaan ter bevordering van het vreemdelingenverkeer barstte het conflict over het gebruik van de Valkenburgergroeve in alle hevigheid los. In januari 1886 vond er namelijk een grote instorting plaats in het gedeelte van de groeve waar een winterproductie van gereedstaande blokken stond om vervoerd te worden. Bij de instorting ging een groot deel van die productie verloren. Een aantal gangen met blokken had de instorting doorstaan, maar was ontoegankelijk geworden voor vervoer.
Na de instorting werd de Valkenburgergroeve wederom gesloten voor bouwsteenontginning en waren de bergwerkers gedwongen hun heil elders te zoeken. Na de instorting van 1886 was de groeve dus alleen nog maar toegankelijk voor de pas opgerichte Vereeniging Het Geuldal, die in 1885 het exploitatierecht van de gemeente Valkenburg in een soort van bruikleen had gekregen om het vreemdelingenbezoek aan de groeve te reguleren. Het is niet verwonderlijk dat Het Geuldal de exploitatie overnam. De vooraanstaande leden van Het Geuldal hadden directe banden met de gemeente Valkenburg en de Mirlitophilen, dit was de grotsociëteit van waaruit Het Geuldal was ontstaan. Louis Elias was zowel wethouder als president van de zogenaamde bergcommissie van Het Geuldal en hij was ere-lid van de Mirlitophilen. Burgemeester Loisel was benoemd tot ere-voorzitter van Het Geuldal. In de raadsvergadering van 25 mei 1886 werd door Elias een voorstel gedaan om Het Geuldal toestemming te verlenen voor het afsluiten van de Valkenburgergroeve met drie ijzeren hekken aan respectievelijk de Cauberg, Reuzentrap/Rotspark en het Geböschke. Verder zou Het Geuldal toestemming moeten krijgen voor het aanstellen van gidsen, het heffen van toegangsgeld en verder voor iedere activiteit die diende ter verfraaiing en instandhouding van de groeve. Het voorstel van Elias werd met
algemene stemmen aangenomen. Aldus kreeg Het Geuldal het monopolie over het gebruik van de Valkenburgergroeve in handen.
In de jaren na 1886 werd Het Geuldal regelmatig geconfronteerd met agressieve oppositie. Deze uitte zich voornamelijk in anoniem geweld. Zo werden er voortdurend door de vereniging geplaatste rustbanken in de omgeving van Valkenburg vernield en in de winter van 1887-88 woedde in de Valkenburgergroeve een ware beeldenstorm, waarbij veel schilderijen en beeldhouwwerken werden beschadigd of vernield. De daders werden echter nooit gevonden. In 1891 komt het gemeentebestuur in handen van de oppositie van Het Geuldal. Inspecteur der Mijnen van der Elst zag de bui al hangen en schrijft:
“[…] De strijd die in de gemeente Valkenburg heerscht over de Valkenburgergroef, zal nu het bestuur dier gemeente in handen is gekomen van de partij der blokbrekers er wel niet mede verbeteren.”

de gidsen. Dit soort beeldhouwwerk viel in de begindagen van de toeristische exploitatie van de
groeve nogal eens ten prooi aan vernieling door concurerende partijen. Collectie auteur
In 1892 neemt de gemeente Valkenburg het exploitatierecht weer in eigen hand en komt een einde aan de Bergkwestie. De nieuwe gemeenteraad ging nu in verhoogd tempo werken aan de oplossing van de bergkwestie om zo de Valkenburgergroeve weer voor bouwsteenontginning te openen. De bergkwestie had in de afgelopen jaren een dusdanig effect op de Valkenburgse gemeenschap dat het maatschappelijke en politieke
leven in alle facetten bestond uit de twee partijen die erbij betrokken waren. Begin december 1891 schreef de gemeente aan de commissaris van de koningin:
“[…] dat deze zaak de ‘question brûlante’ is geworden van den dag zóó zelfs, dat de rust en vrede hier ter stede afhangen van dit punt alleen.” Vervolgens gebruikte men dit argument om Gedeputeerde Staten zo ver te krijgen om akkoord te gaan met de voorstellen van Gerard Erens en de nieuwe gemeenteraad van Valkenburg want,
“[…] als eenige oplossing der bestaande moeïelijkheden kan gelden […] in deze den Raad dezer gemeente tegemoet te komen ten einde de bestaande onenigheid hier ter plaatse uit den weg te ruimen.”
Vooruitlopend op de steeds dichterbij komende definitieve overwinning op Het Geuldal werd in januari 1892 de ingang van de Valkenburgergroeve aan de Cauberg door het gemeentebestuur van Valkenburg geopend. Noch Het Geuldal, noch ingenieur der mijnen van der Elst waren in de positie hiertegen iets te ondernemen. De gemeenteraad van Valkenburg schreef naar aanleiding hiervan aan Gedeputeerde Staten dat de zaak met Het Geuldal in der minne was geschikt. Valkenburg zette Het Geuldal echter aan de kant door hen het exploitatierecht te ontnemen. Als argument droeg men aan dat Het Geuldal dit recht slechts in bruikleen had gekregen van de gemeente. Vanaf dat moment hield de gemeente Valkenburg vast aan het exploitatierecht en doet dat tot op de dag van vandaag. Vanaf 1892 is er dus echt sprake van de Gemeentegrot.
Vereeniging ‘Het Geuldal’ voerde een vrij strikte organisatie van de
activiteiten in de groeve. Men had hiervoor zelf een reglement opgesteld waarin men vrijwel elke situatie had vastgelegd die zich zou kunnen voordoen. Hieronder volgt de gehele tekst van het reglement uit omstreeks 1886.
Reglement betreffende de exploitatie der mergelgroeve te
Valkenburg door de vereeniging ‘Het Geuldal’
1 De ‘Berg’ is afgesloten door drie ijzeren hekken zich bevindende zoo dicht mogelijk bij den ingang aan den Cauberg, de Reuzentrap en het Geböschke. Het hek aan den Cauberg draagt den naam van – en dient tot ingang, de beide anderen dienen als uitgangen.
2 De uitgangen zijn voorzien van een ander soort sluiting dan den ingang. Van de uitgangen worden slechts de volgende sleutels verstrekt: één in handen van het Gemeentebestuur van Valkenburg; één in handen van den Voorzitter der Vereeniging; één in handen van den Voorzitter – en één in handen van ieder lid der bergcommissie en een aan elk der Bergcontrôleurs. Van den ingang worden zoveel sleutels vervaardigd als de Commissie zal noodig achten.
3 De sleutels van den ingang dragen een volgnummer. Zij worden tegen betaling van vijftig centen afgegeven aan ieder werkend lid der Vereeniging ‘Het Geuldal’; zoowel als aan personen aan wie een
abonnement verstrekt is. De aanvrage om een sleutel of abonnement wordt gedaan aan den President der Bergcommissie.
4 De sleutels blijven ten allen tijde het eigendom der Vereeniging. Zij worden na het ophouden van het Werkend-lidmaatschap of het verstrijken van den abonnements-termijn, tegen terugbetaling
der gestorte vijftig centen, ingeleverd bij den penningmeester der Bergcommissie. Wie de sleutel niet of niet in goeden staat terugbezorgt, vervalt in eene boete van fl 2,50.
5 Den gidsen worden de sleutels gratis verstrekt.
6 De Bergcommissie benoemt zooveel gidsen als zij zal geraden oordeelen; minstens twee dezer gidsen zijn onbezoldigd rijksveldwachter en voeren den titel, de een van Hoofd-Bergcontroleur, de andere van Bergcontroleur. Zij houden het politie-toezicht in en betreffende de groeve. 7 De gidsen worden door de Bergcommissie ontslagen ingeval van onbekwaamheid, wangedrag of herhaalde bekeuring.
8 Het bezoek van den Berg is kosteloos en onvoorwaardelijk toegestaan aan de Werkende leden der Vereeniging ‘Het Geuldal’, mits zij in het bezit zijn van een sleutel. Aan Valkenburgers, d.i. bewoners der aglomeratie, wordt het recht toegekend tot gratis bezoeken van den ‘Berg’ op voorwaarde dat zij voorzien zijn van eene vrijkaart omschreven in art.12.
9 Valkenburgers, tevens lid van ‘Het Geuldal’, kunnen toegang verkrijgen tot den ‘Berg’ door het nemen eener abonnementskaart, waarvoor jaarlijks betaald wordt éen gulden. De geabonneerde moet in den ‘Berg’ steeds op eerste aanvrage van gerechtigden zijne abonnements-kaart vertoonen. De kaart is persoonlijk.
10 Zoowel werkende leden van de Vereeniging als geabonneerden kunnen met hunne huisgenooten, familie en niet betalende logés kosteloos den ‘Berg’ bezoeken mits voorzien zijnde van eene vrijkaart. Leerlingen in pensionaten en kostscholen worden niet als huisgenooten beschouwd.
11 Bij gelegenheid van feesten door de Vereeniging ‘Het Geuldal’ in den ‘Berg’ gegeven, vervalt voor een ieder het recht op gratis bezoek, en is de ‘Berg’ dan alleen toegankelijk tegen betaling van het gestelde entrée-geld.
12 De vrijkaarten worden afgegeven aan de rechthebbenden, omschreven in artt. 8 en 10, door de leden der Bergcommissie en den President der Vereeniging. De vrijkaarten moeten zijn geteekend en gedateerd en tevens vermelden den naam van den aanvrager met het aantal bezoekers. Niemand kan eene vrijkaart voor zich zelven of eigen huisgenooten afgeven.
13 Aan vreemdelingen is het bezoek van den ‘Berg’, onder begeleiding van de benoodigde gidsen, toegestaan tegen betaling van het hieronderstaand tarief:
van 1 tot en met 5 personen fl 1.50
id. 6 ” ” ” 10 ” ” 2.50
id. 11 ” ” ” 20 ” ” 5.00
id. 21 ” ” ” 30 ” ” 6.00
Boven de 30 personen vernieuwing van het tarief. Voor de feesten
in den ‘Berg’ wordt door het Hoofdbestuur, in vereeniging met de
Bergcommissie een tarief van entrée vastgesteld en het voorgaande
tarief tijdelijk buiten werking gesteld. Gedurende 2 uren vóor den
aanvang van bergfeesten wordt de ‘Berg’ voor bezoekers gesloten.
14 De entréegelden worden betaald door het aankoopen van kaarten, die verkrijgbaar zijn in de hôtels te Valkenburg, in het lokaal van de Societeit ‘de Eendracht’ en in ’t café Huijnen.
15 Elke entréekaart moet bij afgifte gedagteekend worden door den verkooper. De verkooper ontvangt 3 pCt. van het bedrag der door hem verkochte kaarten.
16 De entréekaarten geven recht tot een bezoek aan al de daarop aangeduide plaatsen. Klachten tegen de gidsen worden gedaan op de plaats van afgifte der kaarten en aldaar in een daartoe bestemd klachtenboek door den klager ingeschreven.
17 Ieder bezoek aan den ‘Berg’ duurt hoogstens twee uur. Alleen met toestemming van den begeleidende gids kan die duur verlengd worden.
18 Houders van sleutels zijn gerechtigd bezoekers te begeleiden, mits deze laatsten zijn houders eener vrijkaart of voorzien van entréekaarten. Wie bezoekers begeleidt die niet of niet voldoende voorzien zijn der benoodigde kaart of kaarten, betaalt als boete het drie-dubbel van het ontdoken bedrag.
19 De gebruikte entréekaarten worden na afloop van het bergbezoek aan den Penningmeester der Bergcommissie ter hand gesteld. 50 pCt. Van het bedrag dier kaarten wordt telken jare gelijkelijk onder de aangestelde gidsen verdeeld.
20 Ieder drager van een sleutel is verplicht de ingang en de uitgangen te sluiten op straf eener boete van fl 2.50.
21 De Bergcommissie kan houders van sleutels, zoowel werkende leden als geabonneerden, die tegen de hen geldende bepalingen handelen, den sleutel ontnemen.
22 De leden der Bergcommissie, die eene overtreding constateeren, dienen daarvan een schriftelijk rapport aan den President der
Bergcommissie in, die verplicht is onderzoek te doen en daaraan
gevolg te geven.
23 De helft der netto-ontvangsten, voortspruitend uit de bergkaarten, kan door de commissie besteed worden tot verbetering en verfraaiïng der groeve.
24 Werkzaamheden en leverantiën ten behoeve der groeve boven het bedrag van TIEN gulden worden publiek aanbesteed. In hoogst dringende gevallen kan de President werkzaamheden bevelen zonder voorafgaande aanbesteding.
25 De leverantiën worden zooveel doenlijk in eens voor een heel jaar aanbesteed. De toewijzingen geschieden door de Bergcommissie bij
meerderheid van stemmen.
Namens de Bergcommissie,
De Secretaris, De Voorzitter,
Fr.SMEETS L.ELIAS
In de organisatie van de groeve namen de gidsen natuurlijk een belangrijke plaats is. Voor hen was er dan ook een aparte lijst van instructies waaraan zij zich moesten onderwerpen. Hierna volgt de originele tekst daarvan.
INSTRUCTIEN VOOR DE GIDSEN
1 De gidsen staan onder voortdurende contrôle der Bergcommissie en der controleurs, welke laatsten onder toezicht van de Bergcommissie staan.
2 Zij verbinden zich het tarief en de bepalingen door de Bergcommissie vastgesteld ten allen tijde te eerbiedigen en geene andere betaling van de door hen geleide personen te eischen.
3 Zij ontvangen als loon 50 pCt. Van het bedrag der door hun aan den Penningmeester der Bergcommissie over te geven entréekaarten.
4 Jaarlijks ontvangen zij hun aandeel in de kaarten gebruikt door houders van sleutels die niet gids zijn. Het is hun verboden zoodanige kaarten van iemand aan te nemen en bij den Penningmeester ter betaling aan te bieden. Overtreding wordt gestraft met het driedubbele van het bedrag der gefraudeerde kaart.
5 Elke gids is verplicht, tegen vergoeding van 60 cent ieder maal,
tegenwoordig en werkzaam te zijn bij de bergtochten door de
Vereeniging georganiseerd. Buiten gegronde redenen, ter beoordeeling der Bergcommissie, wordt het afwezig blijven gestraft met eene boete van 50 centen.
6 De gidsen zijn verplicht elken bezoeker, die zulks verlangt, al de plaatsen te laten bezichtigen die op de kaarten zijn vermeld. Zij zijn niet verplicht houders van vrijkaarten te vergezellen en kunnen, indien zij zoodanigen vergezellen, hunne belooning vooraf vaststellen.
7 Zij zullen in het bezit moeten zijn en bij hunne functiën gebruiken eene lamp volgens aangewezen model. Bij overtreding van dit artikel wordt voor de eerste maal eene boete verbeurd van f 0,50; voor de tweede maal f 1,00, terwijl de derde geconstateerde overtreding gestraft wordt met definitief ontslag. Degene die belast is met het ontsteken van vuurwerk mag buiten den stoet eene raapolie-lamp gebruiken. 8 De gidsen gebruiken voor elk tiental bezoekers of gedeelte van tien éene lamp. De supplement-lampen worden door de Vereeniging verstrekt.
9 Voor een getal van 20 bezoekers of meer, zal de eerst aanwezende
gids eentweeden requireeren. De baten worden gelijk verdeeld.
10 De gidsen zijn verplicht zich de entréekaarten te doen afgeven vóor het binnentreden der groeve. Ieder gids, die bezoekers begeleidt die niet of niet voldoende van entréekaarten voorzien zijn, vervalt in eene boete van het viervoudige der ontduiking.
11 In den ‘Berg’ zijn de gidsen houders der entréekaarten, die zij op eerste aanvraag aan de leden der Bergcommissie of Bergcontroleurs moeten vertoonen.
12 Het is den gidsen verboden de sleutel aan iemand af te staan of in leen te geven. Bij ontslag wordt door hen de sleutel in goeden staat terugbezorgd aan den Penningmeester. Het niet nakomen dezer bepaling wordt gestraft met eene boete van fl 2.50.
13 Het niet sluiten van de hekken aan den ingang of uitgangen wordt gestraft met eene boete van fl 2.50.
14 De gidsen zijn aansprakelijk voor de schade of beschadigingen in den ‘Berg’ gepleegd door bezoekers die onder hun geleide zijn. De onkosten hierdoor veroorzaakt, komen ten hunnen laste.
15 Alle aan de gidsen opgelegde boeten worden door den Penningmeester aan het hun toekomend loon gekort.
16 De Bergcontroleurs dienen van elke door hen geconstateerde overtreding een schriftelijk rapport in bij den President der Bergcommissie. Zij ontvangen voor ieder door hen gedane bekeuring, die door boete gevolgd wordt, eene premie van vijftig centen. Van ieder procesverbaal dat krachtens hunne bevoegdheid van onbezoldigd rijksveldwachter door hen in of betreffende de groeve wordt gemaakt en door eene veroordeeling gevolgd wordt, ontvangen zij eene premie van twee gulden. 17 De gidsen verbinden zich door onderteekening van het origineel
dezes, tot getrouwe nakoming van de in dit reglement bevatte bepalingen.

Collectie auteur.
De organisatiestructuur voor de Valkenburgergroeve, die door de Vereeniging ‘Het Geuldal’, werd opgezet en ingevoerd, werd nadat de groeve door de gemeente was overgenomen grotendeels gehandhaafd. Veel gevallen van overtreding van het reglement zijn er in het archiefmateriaal niet te vinden. De controle op de groeve is door de gemeente Valkenburg vanaf het begin zeer efficiënt doorgevoerd en zelfs tegenwoordig is de toegang tot de groeve voor buitenstaanders erg moeilijk te verkrijgen. De Gemeentegrot is echter een groeve die, juist vanwege het feit dat hij al vanaf 1886 gesloten is en slechts toegankelijk voor het toeristenverkeer, een fraaie historisch bron geworden. De groeve is een voorbeeld van één van de vroegste reguleringen van het vreemdelingenverkeer in Europa, hetgeen op zichzelf al een belangrijk onderwerp van studie is. Het zijn op dit moment vooral de anekdotes in het bronnenmateriaal die de gebeurtenissen over de groeve in de afgelopen 120 jaar beschrijven. Zoals onderstaand verhaal waarbij het proces verbaal van
een onzedelijk feitje in 1922 een prachtig beeld schetst van de toenmalige situatie.
Een schandaaltje in de Gemeentegrot
Op 15 augustus 1922 werd proces verbaal opgemaakt naar aanleiding van een klacht van onzedelijke betasting. Deze klacht werd gedeponeerd bij de burgemeester van Valkenburg door twee jongedames uit Amsterdam. Een zekere Maria Knops en ene Maria Zemmelink, beiden respectievelijk 21 en 19 jaar oud. De klacht betrof het verloop van een rondleiding die de twee hadden gehad in de Gemeentegrot. Hun relaas luidde als volgt. “In den morgen van 14 augustus zijn wij omstreeks 11.40 uur onder geleide van een ouden gids, een bezoek gaan brengen aan de Gemeentegrot der gemeente Valkenburg. De gids die wij later hebben leeren kennen drong er op aan dat wij met hem alleen zouden gaan en gebruikte hier als motief, dat hij ons dan alles beter zou kunnen uitleggen. Ternauwernood waren wij in de grot of de gids klopte mij, adressante Knops, op mijn schouders, wat
ik echter beschouwde als een familiariteit voortspruitende uit de gemoedelijkheid van een oud man. Hij ging echter verder en kneep mij ondanks mijn protest in mijn buste, zijnde dit niet een toevallige handeling, doch een wel degelijk betastten van gezegd lichaamsdeel zij het dan ook met mijn kleeding bedekt, bovendien trachtte hij bij afwisseling ons beide te kussen en greep ook mij Maria Zemmelink herhaaldelijk aan mijn buste ook ondanks
mijn protest. Genoemde handeling zoowel het betastten onzer buste als pogingen om ons te kussen heeft hij bij herhaling gepleegd. Bij de put waar het daglicht zichtbaar is trachtte hij mij Maria Knops te omhelzen. Op het oogenblik dat ik achter over keek steunde hij mij onnoodig in den rug, zeggende: “Past op dat U hoed niet afvalt”. Bij de plaats waar de bank en tafel staat waar die priester heeft gewoond wilde hij naast mij komen zitten doch door het plaatsnemen van mijn vriendin werd hem dat belet.
Bij herhaling heeft hij ons gevraagd of wij het niet leuk vonden en noemde ons bij afwisseling dames of kindertjes. Kort voor het verlaten van de grot wilde hij van ons beiden een kus hebben en trachtte ons te kussen wat ik Maria Knops hem afweerde door te zeggen: “Het zal niet gaan”. Beiden verklaren wij pertinent en blijven daarbij volhouden dat, deze gids ons over en weer op genoemde wijze heeft lastig gevallen ondanks ons protest, dat
wij, zoo zulks op een voor ons onbekend terrein was gebeurd, waar wij niet afhankelijk waren geweest van het geleide van dien man, onze eer krachtdadig zouden hebben verdedigd, doch dat de vrees dat hij ons zou laten staan, ons van krachtige maatregelen weerhield, te meer daar wij uit zijn mond vernamen, dat er wel 700 gangen in deze grot zijn en hij als hij ons liet staan, er van verzekerd was dat wij er nooit meer uitkwamen. Ik kan U verzekeren dat wij geheel ontdaan zijn thuis gekomen. Verder verzekeren wij U dat wanneer niet wordt gezorgd, dat herhaling van dergelijke feiten in de toekomst onmoogelijk worden, en het damespubliek dat de grot bezoekt afhankelijk is van dergelijke gidsen, zullen wij ons onverwijld wenden tot den Heer Officier van Justitie te Maastricht maar bovendien aan het gebeurde ruchtbaarheid geven door middel van de pers. Zo werd de klacht door de opperwachtmeester Kramme der Koninklijke Marechaussee opgetekend. Bij een confrontatie wezen de beide juffrouwen de betreffende gids aan in het bijzijn van de voorzitter Herwaarts van de grotcommissie. Het bleek een maar liefst 75 jaar oude man, die natuurlijk alles ontkende. Drie dagen na het voorval werd de man ontslagen als gids van de Gemeentegrot en werd hem tevens de toegang ertoe ontzegd.

hun speelde een jaar later de hoofdrol in het schandaaltje dat hem zijn baan zou kosten.
Collectie auteur.
Epiloog
Natuurlijk zijn er nog talloze verhalen te vertellen over de toeristen in de Gemeentegrot. De periode van de toeristische exploitatie van de groeve vormt een tijdperk op zich dat in dit geval het karakter van de groeve sterk heeft bepaald. Dit secundaire gebruik is inmiddels ook cultuurgoed geworden. Al was het maar vanwege het feit dat de Gemeentegrot de eerste groeve was waar sprake was van een gereguleerd bezoek door grote aantallen mensen tijdens grottentochten en bergfeesten. Wellicht dat er nog een hoop te leren valt uit al de verleden perikelen omtrent het beheer van de groeve. In ieder geval verschaft het ons veel informatie over de mensen die de groeve bezochten en niet in het minste ook over
de Valkenburgers die in deze toeristische groeve werkten. Een meer uitgebreid onderzoek naar de laatste 150 jaar toeristische exploitatie van de Gemeentegrot zou zeker een uitdagend project kunnen zijn.